Veel Haagse zeilers maken zich dit jaar op voor kwalificatie

Ze vormen de grootste delegatie Haagse sporters volgend jaar bij de Olympische Spelen, maar een groot deel van hen moet zich nog kwalificeren. De zeilers maken zich dan ook op voor een belangrijk jaar. Wie zijn in de race voor een ticket voor Tokio?


Op de Olympische Spelen van Tokio, waar het zeilen in de Sagamibaai bij Enoshima plaatsvindt, zijn bij de vrouwen en mannen zes klassen vertegenwoordigd: RS:X (windsurfen), Laser, 470, 49er, Nacra 17 (catamaran) en Finn. In veel van die klassen zullen Haagse zeilers kanshebbers op de medailles zijn. Voor allen geldt dat er slechts één equipe of deelnemer wordt afgevaardigd.

Twee van hen hebben zich al geplaatst. Windsurfster Lilian de Geus (vierde op de vorige Olympische Spelen) en titelverdedigster Marit Bouwmeester (Laser Radial) kunnen al beginnen met de voorbereidingen.

Voor veel anderen geldt dat ze zich dit jaar moeten kwalificeren. De grootste strijd wordt verwacht in de 470-klasse. Na zes jaar eindigde de samenwerking tussen de voormalige Europees kampioenen Afrodite Zegers en Anneloes van Veen. Beiden kozen na een tegenvallend jaar in de herfst voor een nieuwe partner. De Haagse Zegers ging verder met Lobke Berkhout (twee olympische medailles), terwijl de Westlandse Van Veen in haar streekgenoot Mandy Mulder (zilver in de Yngling) een nieuwe stuurvrouw vond.

Dorian van Rijsselberghe
 © Richard Langdon / Watersportverbond


Verandering

Het is afwachten hoe beide boten omgaan met de verandering, nu Zegers en Van Veen niet met, maar tegen elkaar varen. Wie de beste resultaten in de Prinses Sofia Cup (30 maart-6 april) en op het EK in San Remo (6-14 mei) behaalt, mag naar Japan.

Ook spannend is het in de klasse 49er-FX waar het Haagse duo Annemiek Bekkering en Annette Duetz de favoriet is. De wereldkampioenen moeten afrekenen met het opkomende duo Odile van Aanholt-Marieke Jongens. De combinaties Cecile Janmaat- Willemijn Offerman en Elise de Ruijter-Dewi Couvert zijn outsiders, maar afgaande op de recente resultaten lijken Bekkering en Duetz via de World Cup in Genua (15-21 april) en het EK in Weymouth (13-19 mei) de meeste kans te hebben om naar het land van de rijzende zon af te reizen.

In de Finn zijn Nicholas Heiner en Pieter-Jan Postma met elkaar in gevecht. Heiner is erop gebrand het beter te doen dan zijn vader Roy (brons in 1996), terwijl Postma na de Olympische Spelen van Rio de Janeiro was gestopt, maar bij het WK in september ineens met een bronzen medaille sterk terugkeerde.

De beste van de twee tijdens de Prinses Sofia Cup en het EK in Athene (9-17 mei) mag proberen om de eerste Nederlandse mannelijke olympische kampioen in een bootsklasse (het windsurfen niet meegerekend) sinds 1936 te worden.

De vraag of Dorian van Rijsselberghe zijn titel gaat verdedigen, wordt dit jaar nog niet beantwoord. Hij en de Haagse Sporter van het Jaar Kiran Badloe hebben afgesproken dat alleen de resultaten van drie opeenvolgende WK’s tellen. De eerste in september werd een prooi voor de man uit Texel (wereldkampioen) maar Badloe zat hem op de hielen (tweede). De mondiale titelstrijd in het Italiaanse Torbole (22-28 september) werpt al meer licht op de zaak, al valt de beslissing op het WK in 2020.

Nederland kan overigens nog meer zeilers naar Enoshima afvaardigen. De mannenteams in de 470, 49er en Laser en de gemengde equipe van Nacra17 zijn nog niet kansloos. Maar zij hebben een lange weg te gaan, want ze moeten niet alleen aan de eisen van NOC*NSF en het Watersportverbond, maar ook aan de landenselectie voldoen.

Maar voor alle kanshebbers en outsiders geldt: 2019 wordt het jaar waarin de prestaties belangrijker dan ooit zijn.

Volg ons op social media!